Veelgestelde vragen: ETS-2 en Bijmengverplichting groen gas
Hoe staat het met de voortgang van CO2-reductie?
Twee recente studies in opdracht van de Rijksoverheid geven inzicht in de voortgang van CO2-reductie in de glastuinbouw:
- Volgens de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is de kans dat de sector het doel in 2030 haalt slechts 10%.
- De tariefstudie van Berenschot en Kalavasta stelt juist dat met het huidige beleid het reductiedoel van 4,5 Mton CO2-eq. voor 2030 bijna gehaald wordt met slechts een tekort van 0,2 Mton.
Wat zijn de verschillen in de twee studies naar voortgang beleid?
Klimaat- en Energieverkenning (KEV)
De KEV van het PBL is een studie die jaarlijks de voortgang van het klimaat- en energiebeleid in Nederland monitort. Dit gebeurt in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG). De KEV kijkt hierbij naar de ontwikkeling van CO2-uitstoot en het energiesysteem in heel het land. Het onderzoek biedt een integraal overzicht van de stappen die in het verleden zijn gezet, de situatie op dit moment en de plannen voor verduurzaming in de toekomst. Dit inzicht gebruikt het kabinet om te beoordelen of klimaatdoelen worden gehaald en of bijsturing nodig is.
Voor de glastuinbouw schetst de KEV een somber beeld. De kans dat de glastuinbouw haar emissiedoel 2030 haalt, wordt geschat op slechts 10%. De KEV gaat er vanuit dat het aantal WKK-draaiuren sinds de energiecrisis weer fors toeneemt. In de praktijk zien we dat deze toename uitblijft.
Tariefstudie Berenschot en Kalavasta
De tariefstudie van Berenschot en Kalavasta is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Financiën en specifiek voor de glastuinbouw. Deze studie bekijkt wat voor stappen de sector heeft gezet en welke plannen er liggen. Dit is gedaan op basis van de input van Glastuinbouw Nederland en sectorexperts. In tegenstelling tot de KEV hebben we daarmee inzicht in hoe het achterliggende model werkt, waardoor Glastuinbouw Nederland meer waarde aan dit model hecht.
De tariefstudie concludeert dat met het huidige overheidsbeleid de glastuinbouw zijn CO2-reductiedoel haalt op slechts 5% na.
Welke energiemaatregelen wil het kabinet voor de glastuinbouw doorvoeren?
Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota van 2025 voorgesteld de glastuinbouw twee extra energielasten op te leggen om zijn klimaatdoel te halen. Allereerst wil het kabinet dat de sector per 1 januari 2027 wordt opgenomen in ETS-2. Daarnaast moet de sector ook deelnemen aan de bijmengverplichting groen gas.
De Voorjaarsnota van 2026 (april 2026) geeft definitief uitsluitsel of de sector wordt opgenomen in beide systemen.
Wordt glastuinbouw gecompenseerd voor extra beprijzing?
Het kabinet belooft de sector volledig te compenseren voor deze extra beprijzing. Deze compensatieregeling wordt dit jaar uitgewerkt. De Voorjaarsnota van 2026, verwacht rond april 2026, geeft definitief uitsluitsel of de sector wordt opgenomen in beide systemen én hoe compensatie er uit komt te zien.
Zie ook de vraag: Hoe ziet het compensatiepakket eruit?
Wat is ETS-2?
ETS-2 is een uitbreiding van het bestaande Europese emissiehandelssysteem (ETS), waarin bedrijven moeten betalen voor de CO₂ die ze uitstoten. De prijs wordt bepaald door vraag en aanbod van uitstootrechten. Ieder jaar zijn er minder uitstootrechten in de EU beschikbaar, waardoor de prijs voor CO2-emissies omhoog gaat. Bedrijven worden zo gestimuleerd te verduurzamen. Grote industrieën als energiecentrales, staalfabrikanten en kunstmestverwerkers vallen nu al onder ETS.
Met ETS-2 komen daar vanaf 2027 nieuwe sectoren bij, zoals gebouwen (huishoudens, kantoren) en vervoer. Glastuinbouw valt formeel niet onder ETS-2, maar de Nederlandse overheid kiest er zelf voor om de sector toch hieraan mee te laten doen. Dat heet een ‘opt-in’. Telers moeten dus vanaf 2027 conform Europese marktprijzen voor hun CO2-emissie betalen. Aangezien ook de industrie mee doet aan deze markt, zijn de prijzen naar verwachting fors hoger dan de CO2-sectorheffing. Andere EU-lidstaten zoals Duitsland en België laten de glastuinbouw niet onder ETS-2 vallen, waardoor telers in Nederland meer voor hun energie moeten betalen dan hun buitenlandse concurrenten.
Wat is de bijmengverplichting groen gas?
De bijmengverplichting houdt in dat energieleveranciers vanaf 2027 verplicht zijn een percentage groen gas toe te voegen aan het aardgas dat zij leveren aan huishoudens en bedrijven. De verplichting wordt stapsgewijs opgebouwd tot 2 miljard kuub (Nm³) groen gas in 2030. Dit komt neer op ongeveer 20% van het huidige gasverbruik in de gebouwde omgeving. Voor de glastuinbouw betekent dit dat een deel van het gasgebruik automatisch groener wordt, maar ook dat de gaskosten verder stijgen, afhankelijk van hoe leveranciers de kosten voor groen gas doorberekenen.
Wat betekenen opname in ETS-2 en de bijmengverplichting voor telers?
Met opname in ETS-2 en de bijmengverplichting groen gas stijgen de energiekosten op bedrijfsniveau aanzienlijk. Hoe hoog deze stijging precies wordt, is sterk afhankelijk van de energiesituatie op het bedrijf en de uitwerking van de compensatieregelingen. Algemene uitspraken zijn hierdoor lastig te doen.
Hoe ziet het compensatiepakket eruit?
De voorgestelde compensatie verschilt voor ETS-2 en de bijmengverplichting groen gas.
De bijmengverplichting groen gas zou fiscaal moeten worden gecompenseerd via het verlaagd tuinbouwtarief (VTT).
De extra energiekosten voor ETS-2 wil het kabinet compenseren door het bestaande CO₂-sectorsysteem per 2027 af te schaffen.
De regeling moet het verschil tussen de ETS-2-kosten en de CO2-sectorheffing compenseren. ETS-2 is echter een Europese marktprijs en kan flink oplopen en fluctueren. Deze regeling moet dus synchroon lopen met deze marktprijs voor volledige compensatie. Omdat de regeling formeel een subsidieregeling is, moet Brussel hier goedkeuring voor geven. Er mag namelijk geen sprake zijn van staatssteun omdat dat de Europese markt zou kunnen beïnvloeden. Naast al deze onzekerheden maakt Glastuinbouw Nederland zich zorgen over de beeldvorming van deze kostencompensatieregeling. In het verleden werden dergelijke lastenverlichtingen regelmatig als ‘fossiele subsidies’ aangemerkt. Dat zet vraagtekens bij (langjarige) politieke en maatschappelijke steun voor deze compensatie.
Wat is het Verlaagd tuinbouwtarief (VTT)?
Momenteel geldt het VTT tot 1 miljoen m3, oftewel de 3e belastingschijf. Voor de compensatie wordt de vierde schijf – 1 tot 10 miljoen m³ - toegevoegd. Ook wordt de VTT opgeschroefd om voldoende compensatie te bieden. Fiscale compensatie pakt echter anders uit per bedrijf, omdat elk bedrijf (mede door de WKK-vrijstelling) een andere belasting betaald. Een ‘ketelbedrijf’ krijgt in de huidige voorstellen meer compensatie dan nodig, terwijl een onbelichte teler met WKK mogelijk te weinig vergoed wordt. Bovendien is fiscale compensatie slechts tot en met 2030 geborgd. Daarna wordt het VTT afgebouwd om in 2035 volledig te verdwijnen.
Dit is in lijn met de afspraken uit de Wet fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw, maar de compensatie na 2030 is hiermee nog niet geregeld.
Welke maatregelen nam overheid eerder om klimaatdoel glastuinbouw te halen?
In 2022 hernieuwden Glastuinbouw Nederland en Greenports Nederland de samenwerking met de Rijksoverheid in de klimaataanpak met het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030. In dit convenant werd het CO2-sectorsysteem aangescherpt met een individuele CO2-heffing voor telers. Het doel van deze individuele heffing was om de klimaatdoelen voor 2030 en 2040 te halen. In ruil hiervoor zou de Rijksoverheid zorgen voor de faciliteiten voor de energietransitie, zoals de infrastructuur en investeringen in onderzoek en innovatie.
Daarnaast besloot het kabinet eind 2023 met de Wet fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw het verlaagd tuinbouwtarief (VTT) en de inperking van de WKK-vrijstelling per 2025 uit te faseren. Het VTT wordt de komende tien jaar langzaam uitgefaseerd en jaarlijks wordt opnieuw bekeken of het inperken van de WKK-inputvrijstelling in lijn is met de ramingen van het kabinet. Zo niet, dan wordt bijgestuurd.
Wat is de inzet van Glastuinbouw Nederland?
De Voorjaarsnota van 2026, verwacht rond april 2026, geeft definitief uitsluitsel of de sector wordt opgenomen in beide systemen en hoe compensatie er uit komt te zien. Tot die tijd blijft Glastuinbouw Nederland zich inspannen voor aanpassing van beide maatregelen . Via het Convenant Energietransitie Glastuinbouw staat de sectororganisatie in intensief contact met de drie ministeries, die gezamenlijk over dit dossier besluiten. Daarnaast informeert Glastuinbouw Nederland ook regelmatig zowel de Eerste als Tweede Kamer over dit dossier.
Extra energielasten versnellen die transitie niet en werken zelfs averechts. Glastuinbouw Nederland blijft daarom oproepen dat het kabinet niet moet blindstaren op extra beprijzing, maar beter zou investeren in de faciliteiten van de energietransitie.
De sector benadrukt voortdurend de noodzaak om uitgesloten te blijven van beide maatregelen om internationaal concurrerend te kunnen blijven. Dit doen we door gesprekken met Kamerleden, met beleidsmakers en door het organiseren van werkbezoeken. Diverse partijen hebben zich al verbonden aan die belofte, via moties of verkiezingsprogramma’s.