Biologische plaagbestrijding bouwt verder aan robuust systeem
In deze nieuwe fase worden de nieuwe natuurlijke vijanden en technieken geïntegreerd in bestaande gewasbeschermingsstrategieën. De resultaten worden verder verfijnd, met als doel om volgend jaar grootschaliger praktijktoepassingen te realiseren.
Praktijkproef in anjer
Parallel hieraan is al een praktijkpilot gestart in anjer. Sinds februari is daar op grotere schaal de roofmijt Euseius degenerans geïntroduceerd, die in de WUR-proeven als meest veelbelovend naar voren kwam. Deze soort wordt ingezet naast de standaard roofmijt Transeius montdorensis en bijgevoerd met stuifmeel om de populatieopbouw te stimuleren. De betrokken telers spelen hierin een actieve rol. Zij kweken gedeeltelijk Euseius zelf op de bankerplant Ricinus communis en bouwen zo gericht kennis en ervaring op binnen hun eigen bedrijf.
Aanvullende technieken: microhabitats
Daarnaast experimenteert de PPS met aanvullende technieken om de vestiging van roofmijten te verbeteren. De meeste roofmijtsoorten leggen hun eieren niet graag op gladde bladeren. Daarom worden materialen getest die als eilegsubstraat kunnen dienen, zoals stroken vliesdoek die in de bedden zijn geplaatst. Laboratoriumonderzoek toont aan dat roofmijten een duidelijke voorkeur hebben voor vliesdoek boven bijvoorbeeld wol of katoen. In combinatie met een bron van drinkbaar water blijken deze microhabitats aantrekkelijk voor vrouwelijke roofmijten om eieren af te zetten. De komende maanden worden deze systemen onder kasomstandigheden verder getest om te beoordelen in hoeverre ze bijdragen aan stabielere populaties in verschillende teeltsystemen.
Vraatzuchtige spinnen
Ook op het gebied van nieuwe predatoren zet de PPS stappen. Zo wordt in het laboratorium onderzocht wat de predatiecapaciteit van hangmatspinnen van het geslacht Mermessus is. Proeven in kleine containers laten zien dat deze minuscule spinnen verrassend vraatzuchtig zijn. Binnen 48 uur kunnen zij tot tien volwassen trips of zestig L2-larven consumeren.
Er is dus sprake van een gecombineerde aanpak die bestaat uit: selectie van effectieve natuurlijke vijanden, optimalisatie van hun vestiging via microhabitats en toepassing in praktijkpilots. Daarmee bouwt de PPS stap voor stap aan een robuuster en toekomstbestendig systeem voor biologische gewasbescherming.
Samenwerking en financiering
Dit project is een publiek-private samenwerking uitgevoerd door de Business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research en gefinancierd en gecoördineerd vanuit het innovatieprogramma Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid van Kennis in je Kas (KijK). Het project is mede mogelijk gemaakt door de Gewascoöperatie Potorchidee, Gewascoöperatie Freesia, Divine Flowers, Biobest, Floralia, Gipmans Kruiden en telersvereniging Antogether.
Auteur: Ada Leman