Eindrapport: Effecten (LED)licht en CO2 bij framboos

CO2 doseren in de winterteelt van framboos heeft nauwelijks effect op de productie en kwaliteit. Meer licht betekende wel meer productie, maar de ras- en plantverschillen bleken groot. Dat bleek uit onderzoek van Wageningen UR Glastuinbouw & Bloembollen.

Het onderzoek werd uitgevoerd vooral met het oog op een toekomstige fossielvrije teelt met beperkt of zonder CO2-doseren en indien mogelijk slechts lage inzet van de verwarming. In een winterteelt met LED's werd gewerkt met lang bewaarde canes van het ras Lagorai en met 10 weken bewaarde canes van het ras Kwanza. De lichtintensiteit van de LEDs was ca. 100 en 137 μmol/m2/s bij een maximale belichtingsduur van 18 uur. Dit werd gecombineerd met een CO2-streefwaarde van zo’n 450 en 900 ppm en een doseersnelheid van resp. 50 en 100 kg/ha/uur met een forse afbouw op ventilatie. Er ontstonden dus 4 verschillende behandelingen. De gemiddeld gerealiseerde etmaaltemperatuur in de proef was 16°C.

Nauwelijks effect van CO2 in winterteelt
De gemiddeld gerealiseerde CO2-concentratie was respectievelijk 460 en 775 ppm CO2 bij een doseerhoeveelheid van respectievelijk 1 en 9.9 kg/m2 CO2. Het grote verschil in CO2-dosering en gerealiseerde CO2-concentratie in de kas had in de frambozenproef nauwelijks of geen positief effect op de productie en kwaliteit. In de wintermaanden met relatief weinig licht van de zon en groeilicht, hoeven het CO2-gehalte en de dosering dus niet zo hoog te zijn.

Meer licht is meer productie
Gedurende de gehele teeltperiode is er bij beide lichtintensiteiten met de LED's ca. 1850 uur belicht, wat leidde tot een stroomverbruik van 65 en 89 kWh/m2. Het berekende warmtegebruik bij hoog en laag licht kwam in de proef met gemiddeld respectievelijk 12.8 en 16.9 m3/m2 hoog uit. Dit werd vooral veroorzaakt door de noodzaak tot ontvochtiging om problemen met zetting en schimmelgroei te voorkomen. Bij fossielvrij telen zal het warmteverbruik sterk moeten worden gereduceerd. De totale PAR-lichtsom verschilde 15% in de behandelingen. Door de oogst van meer vruchten nam hierdoor de productie van Klasse 1-vruchten toe met 11.5%. Meer licht verhoogde de fotosynthesesnelheid, maar deze nam af gedurende de teelt.

Grote plant- en rasverschillen
Het lang bewaarde plantmateriaal van Lagorai was bij het planten nog goed gezond. De kortdurend bewaarde ‘verse’ canes van Kwanza bleken echter deels aangetast te zijn door botrytis, wat de heterogeniteit van het plantmateriaal versterkte. Meer aandacht voor de bewaaromstandigheden van het plantmateriaal is zeer gewenst. De gemiddelde productie aan klasse 1-vruchten bedroeg bij Kwanza en Lagorai respectievelijk 2.0 en 3.5 kg/m2. Als gevolg van dubbele en korrelige vruchten was het percentage klasse 2 vruchten met zo’n 19% bij Kwanza erg hoog. Bij Lagorai lag dit percentage op nog geen 3%. Kwanza en Lagorai hadden aan het einde van de teelt een LAI van resp. 4.6 en 7.2 m2/m2, wat met name bij Lagorai voor de winterperiode erg hoog was.

Het onderzoek is uitgevoerd door Wageningen UR Glastuinbouw & Bloembollen en grotendeels gefinancierd door het innovatie- en actieprogramma Kas als Energiebron (van Glastuinbouw Nederland en het ministerie van LNV) en enkele bedrijven.

Lees meer over dit onderzoek, inclusief het eindrapport, via onderstaande links.

Kas als Energiebron

Dennis Medema

Glastuinbouw Nederland - © 2021