Goede belichte tomatenteelt met actieve ontvochtiging, veel schermuren, zonder minimumbuis

In teeltseizoen 2018-2019 is bij Delphy Improvement Centre een belichte tomatenteelt gedemonstreerd met de doelstelling om middels het toepassen van actieve ontvochtiging de verwarming van de kas zoveel mogelijk in te vullen met de warmtepomp. Aangenomen dat de gebruikte elektriciteit voor de warmtepomp, maar vooral voor de belichting, van een duurzame bron afkomstig is, wordt de teelt daarmee vrijwel klimaatneutraal. Gezien de afzetmarkt, die een dergelijke teeltwijze waardeert, is deze aanpak ook rendabel. Kernpunten om dit te realiseren zijn: intensief schermen, niet inzetten van een minimumbuis, het sturen van de verdamping en het terugwinnen van latente warmte.

De teelt startte op 11 augustus 2018 met het ras Merlice geënt op Maxifort. Naast de bovengenoemde kernpunten is LED-belichting onderdeel van dit toekomstgerichte klimaatneutrale plaatje. De kas was uitgerust met een hybride belichtingssysteem dat bestond uit 115 μmol/m2/s SON-t; 52 μmol/m2/s top LED en 60 μmol/m2/s tussen LED. Een belangrijke focus hierbij was een egale temperatuurgradiënt over de hoogte van het gewas. Diverse sensoren waren ingezet om dit te monitoren.

Voldoende luchtbeweging creëren
Uiteindelijk is over de gehele teelt 67% van de totale warmtevraag van 32.3 m3/m2 ingevuld met de warmtepomp. Van deze warmtevraag was ongeveer 2/3 van de warmte nodig voor het realiseren van de gewenste kastemperatuur en 1/3 was nodig om de ontvochtigde lucht terug te verwarmen naar de kastemperatuur of net iets daarboven. De invulling van de warmtevraag met de warmtepomp voldeed daarmee niet aan de vooraf gestelde doelstelling van 80-90%. Belangrijkste reden hiervoor was het ontstaan van bladranden in de winter. De oorzaak werd in eerste instantie gezocht in de luchtbeweging, waardoor de capaciteit van het systeem niet optimaal werd benut. In de weken dat de actieve ontvochtiging wel optimaal werd ingezet, blijkt dat in de winter op weekbasis 0.6 m3/m2 tot 0.7 m3/m2 aan warmte kan worden geoogst. Met veel wisselingen in de strategie waarmee het systeem werd ingezet, is de aanbeveling om wel voldoende luchtbeweging te creëren, maar aandacht te houden op het vochtverschil tussen het AV van de kaslucht en het AV die wordt ingeblazen. Verdere optimalisatie valt te realiseren in de inrichting van de stooklijn binnen het etmaal. In de belichte nacht met gesloten schermen is er vaak nog een overschot aan warmte en met de temperatuurstijging in de middag is er vaak een warmte tekort.

Positie van tussenbelichting
De uitrusting van het substraat met de ‘Hybrid boXX’ resulteerde in een nieuwe aansturing van de watergift. Het kleine substraatvolume in combinatie met het lage watervasthoudend vermogen van de houtvezelmat vraagt om een continu aanbod van water gedurende het etmaal. In de zomer werd aangetoond dat de condities in het substraat snel aangepast konden worden aan de klimaatomstandigheden. Gedurende de teelt werd de hoeveelheid water afgebouwd zonder dat dit gevolgen had voor de opname. Omdat het substraat over de hele afdeling was uitgerust, is het niet mogelijk om vast te stellen of de snelle sturing heeft geresulteerd in een beter teeltresultaat.
De ion-specifieke aansturing van de voeding zorgde dat calcium gedurende de gehele teelt voldoende is opgenomen, verdamping bleek hierin dus geen probleem te zijn. Als gevolg van de bladranden is een hogere LAI aangehouden dan vooraf beoogd was. Daarbij vraagt de positie van de tussenbelichting in combinatie met een optimale LAI onder de tussenbelichting om verdere verdieping.

Winterproductie in lijn
De schermen zijn veelvuldig ingezet om enerzijds de kas te isoleren en de warmtevraag te verlagen. Het energiescherm is gedurende de teelt 2938 uur 100% gesloten geweest, 25% van deze tijd was gedurende zon-op. Het Harmony Scherm is bijna 500 uur ingezet om de piek aan instraling weg te nemen. Het sluiten van het scherm zorgde dat RV en CO2 op een hoger niveau bleven.
De gerealiseerde productie kwam uit op 93 kg/m2, dit is iets lager dan vooraf was geprognotiseerd. In de winter toonde de productie in lijn met prognose en dit kwam ook naar voren uit de lichtbenuttingsefficiëntie. Specifiek in de laatste fase van de teelt is de productie iets achter gebleven.

Discussie over weerbaarheid
De gewasbescherming is gedurende de gehele teelt een aandachtspunt geweest waarbij ‘Tuta Absoluta’ en ‘Tomatengalmijt’ gedurende de teelt het meest aanwezig waren. Galmijt heeft richting het einde van de teelt geresulteerd in het uitvallen van stengels, dit is een mogelijke verklaring voor de lagere productie in deze teeltfase. De aantasting door galmijt leverde daarbij discussie op over de weerbaarheid van het gewas.
De uitgroeiduur en houdbaarheid waren beide vergelijkbaar met de praktijk. Waaruit blijkt dat met actieve ontvochtiging, het niet gebruiken van de minimumbuis en veel schermuren er een goede kwaliteit tomaten kan worden geteeld.

Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron vanuit LNV, Saint Gobain Cultilene, Ludvig Svensson, Hortilux, Hoogendoorn Growth Management, Van Dijk Heating en Wireless Value en uitgevoerd door Delphy, Groen Agro Control en Wageningen University & Research.

Kas als Energiebron

Lisanne Helmus-Schuddebeurs (Delphy)

Glastuinbouw Nederland - © 2020