‘Klimaatdoel glastuinbouw ligt binnen handbereik’
Glastuinbouw Nederland roept de ministeries van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en Klimaat en Groene Groei (KGG) daarom op samen te zoeken naar oplossingen zodat de sector zijn emissiedoel voor 2030 kan halen én economisch vitaal blijft.
Onderzoek Berenschot en Kalavasta
Het onderzoek van Berenschot en Kalavasta dat het ministerie van Financiën onlangs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, is bepalend voor de hoogte van de CO2-heffing voor de glastuinbouw in Nederland en het CO2-emissiebeleid voor de sector. De studie laat zien dat de glastuinbouw met het huidig beleid slechts 0,2 Megaton (vijf procent) uitkomt boven het afgesproken CO2-emissiedoel van 4,3 Megaton. Door het bijvoorbeeld te krappe landelijke elektriciteitsnetwerk kan de glastuinbouw niet volgens plan grootschalig overstappen op groene stroom. “Buiten haar schuld om moet de CO2-heffing voor de glastuinbouw volgens het rapport daardoor voor die laatste 0,2 Megaton enorm omhoog. Dat vinden wij niet langer efficiënt. Je ziet ook dat de rek eruit is bij glastuinbouwbedrijven”, aldus Bom-Lemstra.
Oplossen netcongestie en voldoende gezuiverde CO2
“Wij vragen de overheid daarom met klem de overbelasting van het elektriciteitsnetwerk op te lossen. Daarnaast moet zij ervoor zorgen dat er voldoende gezuiverde CO2 beschikbaar blijft voor de stimulering van de plantengroei in de kassen. Deze gezuiverde CO2 krijgen glastuinbouwbedrijven nu nog van de industrie. Maar door nieuwe regelgeving is het voor de industrie aantrekkelijker geworden deze CO2 onderzees op te slaan. De oplossing van de netcongestie en de beschikbaarheid van gezuiverde CO2 voor de teelt zijn echter essentieel voor telers omdat ze daarmee het emissiedoel kunnen halen”, aldus Bom-Lemstra.
In plaats daarvan zet het demissionaire kabinet in op een torenhoog beprijzingspakket. “Dat helpt de verduurzaming niet verder en is onnodig ingewikkeld,” stelt Bom-Lemstra. “We prijzen onszelf hiermee in Europa volledig uit de markt omdat telers in omringende landen niet met zulke maatregelen te maken hebben. Het telen van groenten, fruit, bloemen en planten wordt in Nederland daardoor onrendabel”, waarschuwt de voorzitter.
Investeringsruimte verdampt
Het kabinet wil de glastuinbouw vanaf 2027 opnemen in het Europese handelssysteem voor CO2-emissierechten (ETS-2) en de bijmengverplichting groen gas. Telers krijgen daardoor met extra kosten te maken. De overheid zegt die echter te willen compenseren. Maar die compensatie is volgens Bom-Lemstra volstrekt ondoorzichtig, onnodig ingewikkeld en bovendien onzeker. “Zo verdampt alle investeringsruimte voor verduurzaming.”
Ongelijk speelveld
Opmerkelijk is volgens haar dat de regering eerder al constateerde dat Nederlandse telers met het huidige overheidsbeleid fors meer voor hun energie betalen dan hun Europese concurrenten. “Doordat België en Duitsland hun telers vrijwaren van verregaande fiscale maatregelen en hen buiten ETS-2 houden, wordt dit ongelijke speelveld alleen maar groter.” Bovendien erkent het kabinet in zijn antwoord op Kamervragen van de SGP, dat er bij het verhogen van de CO2-heffing en de compensatiemaatregelen niet is gekeken naar de impact daarvan op de economische rendabiliteit. Bom-Lemstra: “Onbegrijpelijk dat de economische impact niet is meegenomen”.
Terug naar de tekentafel
Bom-Lemstra spoort het kabinet daarom aan terug te gaan naar de tekentafel en zijn plannen voor de glastuinbouw per direct te heroverwegen. “Wacht daar niet mee tot aan de voorjaarsnota”, waarschuwt zij. “In het energieconvenant hebben de glastuinbouw en het Rijk immers afgesproken dat de sector klimaatneutraal gaat worden én tegelijkertijd een rendabele sector moet blijven. Dat gaat niet lukken als de randvoorwaarden daarvoor en de compensatie van eventuele extra kosten niet op orde zijn. De overheid moet zich niet blindstaren op extra beprijzing, maar met beleid komen dat telers écht helpt om te verduurzamen zonder dat het hun concurrentievermogen uitholt. Investeer daarom in het oplossen van netcongestie en de beschikbaarheid van gezuiverde CO2 voor de teelt.”