NIS2 - Maatregel 3: Maak een bedrijfscontinuïteitsplan
De glastuinbouw digitaliseert snel en draait steeds meer op met het internet verbonden systemen zoals WKK’s, klimaatcomputers, sensoren en logistieke software. Die groeiende afhankelijkheid maakt bedrijven kwetsbaarder voor digitale verstoringen. In Nederland krijgt een deel van de glastuinbouwbedrijven binnenkort te maken met aangescherpte wettelijke eisen op het gebied van digitale weerbaarheid. Dat gebeurt vanuit de Europese NIS2–richtlijn, die binnenkort in Nederland actief wordt in de vorm van de Cyberbeveiligingswet (Cbw).
Als er iets misgaat op het gebied van digitale veiligheid wil je weten wat je moet doen. In een bedrijfscontinuïteitsplan (BCP) leg je vast hoe je omgaat met verstoringen of calamiteiten, zoals een cyberincident, uitval van klimaatsystemen, storingen in geautomatiseerde teeltsystemen of problemen in de logistieke keten. In een glastuinbouwbedrijf kunnen zulke verstoringen directe en grote impact hebben. Een goed noodplan helpt om schade te beperken en processen snel te herstellen.
Wat is een bedrijfscontinuïteitsplan (BCP)?
Een bedrijfscontinuïteitsplan (BCP) is gericht op het beschermen van personeel, vitale processen en primaire bedrijfsactiviteiten, zodat deze ook tijdens een crisis operationeel blijven. Het plan bevat duidelijke richtlijnen en procedures voor crisissituaties. Denk aan back-upafspraken voor de levering van verse producten of zaden, of afspraken met energieleveranciers over prioriteit bij stroomuitval.
Hoe maak je een BCP?
Het doel van een BCP is het waarborgen van de continuïteit van essentiële processen en systemen tijdens en na een crisis. Het opstellen van een BCP bestaat uit vijf stappen:
- Identificeer de risico’s
Identificeer de gebeurtenissen die impact hebben op je bedrijfscontinuïteit, zoals langdurige droogte maar ook cyberaanvallen op klimaatsystemen. - Identificeer de impact
Bepaal de impact van risico’s door te onderzoeken welke bedrijfsprocessen cruciaal zijn en wat de gevolgen zijn als ze uitvallen. Bepaal hierbij wat prioriteit heeft voor herstel en continuïteit tijdens een crisis. - Stel een raamwerk op
In het raamwerk meld je:
- Doel en reikwijdte van het plan (welke scenarios dekt het plan?
- Activatie en deactivatie (wanneer treedt het plan in werking, wanneer stopt het?
- Incident response (rollen en verantwoordelijkheden tijdens een crisis)
- Communicatie (intern en extern) - Maak een back-up of redundantieplan
Maak kopieën van belangrijke gegevens en stel alternatieve systemen of middelen in. Zo kunnen processen blijven werken als het primaire systeem uitvalt. - Maak een uitwijk- en herstelplan
Beschrijf de procedures om over te kunnen schakelen naar noodsystemen en terug te veren naar de reguliere situatie (bijvoorbeeld wanneer een IT-systeem voor gewasvoeding uitvalt).
Werk je met externe IT-partijen? Leg dan duidelijk vast wie verantwoordelijk is voor het beheer, de beveiliging en het herstel van hun diensten. Deze afspraken worden vastgelegd in een Service Level Agreement (SLA). Daarin staat ook hoe lang processen mogen uitvallen en wie verantwoordelijk is voor het herstel.
Een noodplan is geen eenmalige actie. Test en actualiseer het plan regelmatig om aan te blijven sluiten op veranderende risico’s en omstandigheden.
Dit nieuwsbericht is onderdeel van de NIS2‑campagne ‘10 Praktische maatregelen’, ontwikkeld in samenwerking met het Cyberweerbaarheidscentrum Greenport. Lees hier meer over NIS2 en de Cyber Resilience Act en wat deze betekenen voor jouw bedrijf.