Pensioenakkoord: afspraken op hoofdlijnen

Hieronder een overzicht van de belangrijkste afspraken die zijn gemaakt.

1. Twee pensioencontracten

Naast de Wet verbeterde premieregeling wordt er een nieuwe premieovereenkomst toegevoegd met meer collectieve risicodeling. Beide contracten bieden een grotere kans op verhoging van de pensioenen, doordat geen enorme buffers meer te hoeven worden opgebouwd, zoals nu. De premie wordt in het arbeidsvoorwaardenoverleg bepaald en is langdurig stabiel wat zekerheid geeft aan werkgevers en -nemers en tevens zorgt voor minder effecten op de conjunctuur. Zie voor de twee pensioencontracten het SER-advies. Deelnemers krijgen veel beter inzicht in hun pensioenopbouw en wat ze mogen verwachten op termijn. De mogelijkheden van waardeoverdracht worden sterk verbeterd, waardoor het stelsel beter past bij de moderne arbeidsmarkt en deelnemers krijgen de keuze een beperkt deel van hun pensioen op de pensioendatum ineens op te nemen.

2. Afschaffing doorsneesystematiek
Door afschaffing van de doorsneesystematiek gaat iedereen straks dezelfde pensioenpremie betalen waardoor een eerlijker systeem ontstaat. Over de adequate compensatie en kostenneutrale transitie van de afschaffing zijn goede afspraken gemaakt. Voor de definitieve wetgeving kan pas groen licht worden gegeven als duidelijk is dat het nieuwe systeem voor alle pensioenregelingen werkt.

3. AOW-leeftijd
De AOW-leeftijd wordt vanaf nu tot en met 2021 bevroren op 66 jaar en vier maanden en loopt daarna op tot 67 in 2024. De één op één koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting is niet houdbaar en wordt teruggebracht vanaf 2025 naar 8 maanden voor elk jaar dat mensen ouder worden. Beide maatregelen zorgen ervoor dat de AOW-leeftijd wat minder snel stijgt en de AOW een solide basis van ons pensioenstelsel kan blijven. 

4. Eerder stoppen met zwaar werk
Naast een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd- zijn maatregelen afgesproken om te zorgen dat mensen met zwaar werk eerder kunnen stoppen dan de AOW-leeftijd. Dit gebeurt met maatwerk in de betreffende sectoren en ondernemingen. Werkgever en werknemer kunnen met wederzijdse instemming afspreken dat iemand tot drie jaar eerder stopt. De werkgever betaalt dan over de eerste 19.000 euro geen RVU-heffing. Verder kunnen mensen hun pensioen naar voren halen en komt er extra budget voor maatwerk. Deze afspraken zijn tijdelijk tot 2025. In de tussentijd worden structurele maatregelen verkend.

5. Zzp’er kan eenvoudiger pensioen opbouwen
Met de nieuwe pensioencontracten kunnen zzp’ers straks eenvoudiger pensioen opbouwen in de tweede pijler. Het wordt daarnaast fiscaal ook aantrekkelijker om zelf voor pensioen te sparen (derde pijler). Verder hebben kabinet, vakbonden en werkgevers afgesproken dat er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering komt voor zzp’ers, die nog verder wordt uitgewerkt door de betrokken partijen en met ruimte voor uitzonderingen, zoals in de agrarische sector.

6. Dekking
De afspraken vragen vele miljarden. Het kabinet financiert dit uit verschillende bronnen. Een voor werkgevers relevante maatregel is de beperking van het lage inkomensvoordeel en uitfasering van de jeugd-LIV. Werkgeversorganisaties hebben bereikt dat werkgevers de komende tijd voorstellen kunnen doen om het hele stelsel aan loonkostensubsidies beter en efficiënter vorm te geven waardoor deze bezuiniging kan worden opgevangen. 

Meer informatie is hier te vinden. 

Peter Loef

Glastuinbouw Nederland - © 2019 Copyright - Disclaimer - Privacy en cookies