PPS Chrysanthemum Chain werkt aan stabiele biologische bestrijding in moederplantenteelt Oost-Afrika

Binnen de PPS Future Proof & Biocontrol-based Chrysanthemum Chain werken WUR Glastuinbouw in Bleiswijk en Chrysant NL aan het versterken van biologische bestrijding in de moederplantenteelt van chrysanten in Oost-Afrika. Het doel is na te gaan hoe je natuurlijke vijanden, zoals roofwantsen en roofmijten, duurzaam in het gewas kunt laten vestigen.

In Oost-Afrika worden vrijwel dagelijks stekken van moederplanten geoogst. Daardoor verdwijnt niet alleen het plantmateriaal, maar ook een deel van de natuurlijke vijanden uit het gewas. In de PPS is het effect van stekoogst op de populatie natuurlijke vijanden daarom een belangrijk aandachtspunt. Onderzoek bij WUR Glastuinbouw liet zien dat bij Orius laevigatus tot 25% van de eitjes wordt afgezet in jonge plantendelen die als stek worden geoogst. Bij Orius albidipennis lag dit aandeel lager, met maximaal 12,5%. Ook bleken er duidelijke verschillen tussen cultivars. Deze lijken samen te hangen met bladbeharing: hoe dichter de bladbeharing, hoe minder eitjes in oogstbare plantdelen worden afgezet.

Vervolgonderzoek roofwantsen
In Oeganda zijn inmiddels vijf inheemse roofwantssoorten succesvol in kweek gebracht. De komende maanden worden die verder onderzocht. Welke soorten zijn het beste in staat om een stabiele populatie op te bouwen in een moederplantengewas met dagelijkse stekoogst? En welke roofwantsen zijn het meest geschikt voor een duurzame ‘standing army’ van natuurlijke vijanden?

Roofmijtpopulaties
Naast roofwantsen richt het onderzoek zich op de roofmijt Amblyseius swirskii. Eerdere proeven in Oeganda lieten zien dat populaties zich met alleen alternatief voedsel onvoldoende konden handhaven. Wekelijkse herintroducties bleken nodig, terwijl vergelijkbare strategieën in Nederland wel tot stabiele populaties leiden. Daarom zijn verschillende mogelijke oorzaken onderzocht, zoals: temperatuur, fungicidengebruik en verlies van roofmijteitjes tijdens de stekoogst. Hoge temperaturen lijken niet de enige verklaring. Het verlies van roofmijteitjes tijdens de oogst bleef beperkt tot minder dan 10% en lijkt daardoor geen hoofdoorzaak. Eerste resultaten wijzen erop dat fungiciden mogelijk wel invloed hebben op de opbouw van roofmijtpopulaties, maar vervolgonderzoek is nodig.

Prooimijten voor roofmijt
Een andere belangrijke onderzoekslijn is het ontwikkelen van betaalbaar en lokaal geproduceerd alternatief voedsel voor roofmijten. Eerdere proeven lieten zien dat de combinatie van Amblyseius swirskii met alternatief voedsel leidt tot hogere aantallen roofmijten in het gewas. Daarom worden op meerdere bedrijven verschillende prooimijten getest, waaronder Carpoglyphus lactis, Tyrophagus entomophagus en een lokaal voorkomende soort. De onderzoekers kijken welke prooimijt de opbouw van roofmijtpopulaties het meest effectief stimuleert.

Ook de kweek van prooimijten wordt verder geoptimaliseerd. Een Oegandese promovendus onderzoekt in Nederland hoe het dieet van prooimijten de productie en voedingswaarde kan verbeteren. De eerste resultaten zijn positief: toevoeging van eiwitten en vetten stimuleert de populatiegroei van prooimijten aanzienlijk. De effecten op de voedingswaarde voor Amblyseius swirskii en de uiteindelijke bijdrage aan roofmijtpopulaties in het gewas worden momenteel verder onderzocht.

Jasper van Diemen

Glastuinbouw Nederland - © 2026