Toekomst substraat en potgrond: minder veen en alleen verantwoord gewonnen veen

Minister Schouten heeft 23 november een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin ze ingaat op de de in juli aangenomen motie ‘turfvrije potgrond’. Daarin is de regering opgeroepen om in samenwerking met onder andere de tuinbouwsector te onderzoeken hoe en op welke termijn het gebruik van turf en turfproducten in de professionele sector kan worden uitgefaseerd en vervangen.

In juli hebben tien organisaties (waaronder LTO Nederland en Glastuinbouw Nederland) die betrokken zijn bij de productie, het gebruik en de verkoop van potgrond en substraten een brief gestuurd aan minister Schouten over ambities en de stappen die al zijn gezet op het gebied van hernieuwbare grondstoffen en verantwoorde veenwinning. Daarin zijn stevige ambities genoemd voor de periode tot 2025, met betrekking tot de inzet voor hernieuwbare grondstoffen in organische substraten, zoals schors/bark, kokos, houtvezel, compost en schuimaarde.

Nieuwe teeltwijze
Daarnaast ondersteunen LTO Nederland en Glastuinbouw Nederland het verder terugdringen van veen in potgrond en substraat, daar waar dat in de teelten mogelijk is, ook ná 2025. Daar is nog veel (praktijk)onderzoek voor nodig. Zowel naar de samenstelling van de potgrond en substraatmengsels als naar de juiste manier van telen. Voor de teelt van uitgangsmateriaal, potplanten, boomkwekerijgewassen en vaste planten is het van belang dat telers tijd krijgen om bekend te raken met de nieuwe manier van telen met substraatmengsels met minder veen. Deze mengsels hebben andere fysische en chemische eigenschappen. Ook is het van belang dat nieuwe of vervangende substraten het belang van consumenten niet schaden: een plant moet gezond en weerbaar blijven op de vensterbank. De minister geeft aan de huidige ambities en vervolgstappen na 2025 verder uit te willen werken in een convenant met de substraatsector.

Eigenschappen nieuwe substraten en potgronden
Planten hebben CO2 nodig voor hun fotosynthese, wat gefaciliteerd moet worden met goede substraten. De snelheid waarmee veen vervangen kan worden in potgrond en substraatmengsels is naast onderzoek ook afhankelijk van de vraag naar substraat en de beschikbaarheid van de geschikte hernieuwbare grondstoffen. Naast verkleining van de CO2 impact, zijn ook eigenschappen van belang waarmee kan worden voldaan aan eisen rondom kwaliteit, voedselveiligheid, plantweerbaarheid en fytosanitaire eisen voor export.
Voor een aantal teelten zal veen altijd een belangrijk onderdeel blijven van het substraat. Dit geldt voor de teelt van champignons (waarbij veen een belangrijk onderdeel is van de dekaarde), de teelt van uitgangsmateriaal in kleine pluggen en voor de teelt van een aantal potplanten en boomkwekerijgewassen (onder andere Ericaceae). In alle gevallen waarin veen wordt gebruikt, ondersteunen LTO Nederland en Glastuinbouw Nederland het gebruik van verantwoord gewonnen veen (Responsible Peat Production, RPP).

Neem voor meer informatie contact op met Helma Verberkt, of Arthur van den Berg van Glastuinbouw Nederland.

Glastuinbouw Nederland - © 2022