Wanneer komt er duidelijkheid over stikstof voor de glastuinbouw?

Sinds de ‘bekende’ uitspraak van de Raad van State in 2019 is er onduidelijkheid over het stikstofdossier. De kamerbrief van minister Christianne van der Wal zorgt met name in de veehouderij voor veel onzekerheid. Kun je nog ondernemen met de reducties die het kabinet aangeeft richting provincies? Voor stikstof en de wet Natuurbescherming is de provincie het bevoegde gezag. De provincies moeten met de boodschap van het kabinet op pad in de zogenoemde gebiedsaanpakken. Maar hoe zit het in de glastuinbouwsector? In onderstaande column geeft Jean Aerts, bestuurslid van Glastuinbouw Nederland en gespecialiseerd in het stikstofdossier, zijn visie.

De kabinetsbrief gaat alleen over het dossier ammoniak. Het andere stikstofdossier is de NOx, waarbij het voor de glastuinbouw gaat om de uitstoot van rookgassen uit verbrandingsmotoren en stookinstallaties. Tussen de regels door kun je lezen dat er voor NOx een generieke (meer landelijke) aanpak komt. Die uitwerking wordt in najaar 2022 verwacht. Dat geeft aan dat bedrijven die investeringen plannen tegen de onduidelijkheden van de stikstofwetgeving aan blijven lopen. De meeste glastuinbouwbedrijven zijn onvergund, omdat ze voorheen met hun depositie onder de meldingsplichtige drempelwaarde van 0,5 mol stikstof/ha vielen. Nu is er geen drempelwaarde meer en moet iedere depositie vergund zijn. De provincies hebben daarvoor weliswaar ‘salderen’ mogelijk gemaakt, maar zolang een bedrijf niet vergund is, is salderen met stikstof stukken lastiger.
De glastuinbouwsector is emissievrij op nutriënten en daarnaast is ammoniak houdende mest in hoofdlijn ongeschikt voor precisiebemesting die in de glastuinbouw wordt toegepast. Daarnaast is van belang dat de Wet Natuurbescherming (Wnb) capaciteitswetgeving is. Die bepaalt via het model Aerius of de depositie die de emissie van rookgassen oplevert in kwetsbare natuur nog mogelijk is. Is de kritische depositiewaarde (KDW) overschreden, dan krijg je geen vergunning. De kritische depositie waarde is weer afhankelijk van het natuurtype en kan per hexagoon van een hectare verschillen. Het plaatje uit de duingebieden in Zuid-Holland (zie bijlage) geeft weer wat dat betekent.

Mix van pH en nutriënten
In de ‘groene’ hexagonen is nog depositieruimte, in de donkerpaarse is die KDW overschreden en is er géén extra vergunningsruimte. Niet omdat de depositie verschilt in die hexagonen, nee het zijn andere natuurtypes. Die zijn indertijd aangewezen door de provincies. Paarse hexagonen zetten nu een gebied op slot. Woningbouw, verkeer, industrie. Alleen via salderen kun je stikstofruimte gaan zoeken of aankopen. Daarbij kan worden aangetekend dat op veel plaatsen is gekozen om arme natuur te beschermen, veelal heide en veenachtige natuur. Loofbossen kennen veel hogere KDW’s. De mix van de keuze van natuurtype en eenzijdige focus op KDW van stikstof, zorgen voor de huidige impasse. Als tuinders weten we juist dat een gezonde bodem of substraat een mix is van pH en alle nutriënten. De verhoudingen zijn net zo belangrijk als de absolute hoogte van een voedingselement.
Bovenstaande maakt duidelijk dat de staat van de natuur niet op één element kan worden bepaald. Dat gebeurt in juridische zin wel. Vermesting en verzuring lopen in het stikstofdossier door elkaar heen, maar vragen wel een gedifferentieerde aanpak, zo is mijn mening als tuinder. Bekalken is een heel eenvoudige cultuurmaatregel tegen verzuring bijvoorbeeld.

Hoe is glastuinbouw gekoppeld aan de Wnb?
Glastuinbouw is destijds van hinderwet- en bouwvergunningen overgegaan naar het besluit glastuinbouw. Zo konden via de ‘één-loket functie’ bij hun gemeentelijke overheid vergunningen worden aangevraagd in voor glastuinbouw bestemde gebieden. Net als op industrieterreinen. Alleen gasinstallaties boven de 50 MW moeten vergund via de provincie. Of 15 MW bij alternatieve brandstoffen. Onze ervaring is dat die grote installaties ook meestal Wnb vergund zijn, maar dat glastuinbouw niet afwijkt van de MKB-bedrijven op gewone industrieterreinen. Ook die bedrijven zitten in de groep vrijgestelden en wachten op legalisatie voor de Wnb.
Mede door de drempelverlaging van 0,05 mol depositie stikstof/ha/jaar tijdens de PAS-periode naar 0.0049 mol depositie (0,0049 mol wordt gezien als zijnde geen significante depositie) vanaf de aanpassing Wnb na de RvS uitspraak in 2019, valt de glastuinbouw in een vergelijkbare groep bedrijven als de PAS-melders. Door een door de Tweede Kamer aangenomen motie Bisschops/Harbers/Geurts in december 2019 vallen tuinders onder de groep interimmers en vrijgestelden PAS. Regeringsbeleid moet nu voor legalisatie zorgen. Tot op heden is niet duidelijk wie dat traject moet oppakken: DG-stikstof of de provincie als bevoegd gezag Wnb? Door de motie is er wel zicht op legalisatie, een belangrijke status indien er iemand een handhavingsverzoek indient. Met name leden met een biomassacentrale is dat overkomen in de periode vanaf 2019. Meestal is dat handhavingsverzoek ingediend door de actiegroep MOB.

Wanneer krijgt legalisatie zijn beslag?
Feitelijk kunnen we pas concreet de gevolgen voor de glastuinbouwsector in beeld krijgen als het kabinet de NOx-plannen bekend maakt dit najaar. We weten wel dat we dankzij energiebesparing, lowNOx branders en ureumwassing op de WKK forse reducties van de stikstof (NOx)-uitstoot hebben gerealiseerd. Ondanks de toename van terug levering van stroom aan het openbare net. Let wel, die uitstoot voor stroomproductie netlevering is in de milieuruimte glastuinbouwsector terechtgekomen. We hebben daartoe geen NOx ruimte gekregen van de elektriciteitsproducenten. Van belang is ook dat we de reducties hebben bereikt met technische innovaties en daardoor de rookgassen van de WKK kunnen gebruiken voor CO2-dosering in de kas.
Dergelijke voorbeelden maken duidelijk dat verduurzamen met elkaars reststromen niet gemakkelijk zal gaan met capaciteitsvergunningen. We zijn dus heel benieuwd waar het kabinet mee komt. Naast capaciteit moet je, naar mijn mening, ook naar emissie kijken, want vermeden emissie kun je wel tastbaar maken in de milieuruimte van een bedrijf of bedrijvencombinatie.

Hoe staat de glastuinbouw gesteld?
Van belang is ook dat alle gasverbruik in Nederland in de Aeriusmodellen zit. Door die stikstof te vergunnen op bedrijfsniveau is nog beter bekend waar de feitelijke emissie plaatsvindt en waar dus sprake is (of kan zijn) van depositie. Het gasverbruik van de glastuinbouwsector zit echter al in de Aeriusmodellen. En het gasverbruik is bekend bij RVO dankzij de mei-tellingen en het CO2 sectorsysteem. Omdat NOx-emissie is gekoppeld aan het gasverbruik kunnen telers hun emissies vanaf 1990 onderbouwen en zouden feitelijk niet op zoek hoeven naar ‘nieuwe’ stikstofruimte. Bovendien hebben we extra borging in het CO2-sectorsysteem grotendeels op bedrijfsniveau.

Urgent dat we vergund worden
Door die transparantie over CO2-emissies in de RVO-systemen zou Wnb vergunnen en legalisatie niet lastig moeten zijn. De hoop die ik had is nog niet uitgekomen. We weten wel dat we met 9% van het gasverbruik in Nederland 0,4% van de landbouwdeposities veroorzaken en 0,2% van alle stikstofemissie in Nederland. In dat opzicht zijn we zeker geen piek belaster. Het zijn micro-deposities. Maar evengoed hebben we leden die op 140 Natura2000-gebieden depositie boven de 0.0049 mol hebben in hun Aeriusberekening. Dat maakt het bovendien bijzonder lastig om in provinciale gebiedsaanpakken oplossingen of stikstofruimte voor de glastuinbouw te vinden. De meeste depositie van glastuinbouw vindt immers op grotere afstand plaats en gaat vaak zelfs over provinciegrenzen heen. Er is nu weliswaar besloten dat deposities verder dan 25 km niet meetellen, maar de vraag is of  deze 25 km grens juridisch stand houdt. Salderen met lage deposities betekent bovendien hier en daar een koe, schaap of varken aankopen en dat notarieel vast laten leggen. Die praktijk blijkt  heel onhandig en bureaucratisch. Tot nu is het nog maar weinig glastuinbouwbedrijven gelukt om een definitieve Wnb-vergunning te krijgen. Maar voor bedrijfsontwikkeling is het inmiddels urgent dat we worden vergund. Voor de meeste van onze leden zal een Wnb-procedure erbij gaan horen.

Vreemde spagaat
De overheid verandert de wet- en regelgeving. Vanuit zorgplicht mag je vervolgens van de overheid zorgvuldigheid en snelheid in legalisatie verwachten. Een bedrijf dat wil verplaatsen of verduurzamen zit sinds 2019 in een hele vreemde spagaat. Ik vind dat een-en-ander veel te lang duurt. Mijn conclusie is dat we goed gesteld staan om vergund te worden, maar dat we afhankelijk zijn van het Rijk (DG stikstof) om dat praktisch in te vullen. We zullen zien dit najaar. Duidelijkheid is dringend gewenst.

Jean Aerts

Glastuinbouw Nederland - © 2022