Wet bijmengverplichting groen gas: Glastuinbouw Nederland pleit voor uitstel
Tijdens het overleg uitten verschillende Kamerleden stevige kritiek op de voorgestelde wet. Onder anderen Pieter Grinwis (ChristenUnie), André Flach (SGP) en Daniel van den Berg (JA21) plaatsten vraagtekens bij de snelheid waarmee de wet wordt behandeld en benadrukten het belang van een zorgvuldige behandeling. Ook werd uitgebreid gesproken over de gevolgen voor de glastuinbouw. Daarbij kwam onder meer aan de orde dat de sector de afgelopen jaren al grote stappen heeft gezet in de verduurzaming, onder andere binnen het bestaande convenant.
De zorgen over de gevolgen voor de glastuinbouw werden ook door Kamerleden van VVD, CDA en BBB naar voren gebracht. Tegelijkertijd staan verschillende coalitiepartijen – waaronder CDA, VVD en D66 – in beginsel positief tegenover de wet als instrument om de productie van groen gas in Nederland te stimuleren.
Wat houdt de wet in?
De bijmengverplichting moet de productie van groen gas in Nederland stimuleren. Gasleveranciers worden verplicht om een deel van het geleverde gas te vergroenen. Daarmee moet een financiële prikkel ontstaan voor onder meer boeren en andere ondernemers om groen gas te produceren. De afnemers van het gas – sectoren en groepen die onder ETS2 vallen, zoals de glastuinbouw en huishoudens – krijgen vervolgens een deel van dit groene gas geleverd. Op die manier moet de maatregel bijdragen aan CO2-reductie.
Glastuinbouw Nederland ziet potentie in groen gas als onderdeel van de verduurzaming van de sector. De voorgestelde bijmengverplichting is volgens ons echter niet het juiste instrument om die potentie te benutten.
Zorgen over investeringszekerheid, vergunningen en kosten
De voorgestelde wet kent volgens Glastuinbouw Nederland belangrijke knelpunten.
- Zo biedt de bijmengverplichting minder investeringszekerheid dan de huidige SDE++. Daardoor is voor boeren en ondernemers die investeren in bijvoorbeeld vergisting onvoldoende zekerheid dat hun investering op langere termijn kostendekkend kan worden geëxploiteerd.
- Ook de vergunningverlening voor vergistingsinstallaties is nog onvoldoende op orde. Recent zijn in Noord-Nederland bijvoorbeeld 18 vergunningen voor vergisters ingetrokken. Dit maakt het onzeker of de gewenste groei van de groen-gasproductie daadwerkelijk kan worden gerealiseerd.
- Daarnaast zijn de kosten voor afnemers, waaronder de glastuinbouw, naar verwachting aanzienlijk. Deze kosten staan volgens Glastuinbouw Nederland niet in verhouding tot de opgave om te komen tot een duurzame én economisch rendabele glastuinbouwsector.
Alternatief: Gerichte Inzetregeling Groen Gas
Daarom heeft Glastuinbouw Nederland deze zomer samen met Essent en LTO Nederland gewerkt aan een alternatief: de Gerichte Inzetregeling Groen Gas (GIGG). Bij dit voorstel wordt de investeringszekerheid voor groen-gasproducenten via de SDE geborgd. Voor de afnemers wordt de betaalbaarheid geregeld via een contract for difference. Daarnaast wordt groen gas gericht ingezet in sectoren en toepassingen waar het de grootste bijdrage levert aan de verduurzaming.
Met de GIGG kan groen gas dus gericht worden ingezet waar het de meeste klimaatwinst oplevert, terwijl zowel producenten als afnemers meer zekerheid krijgen.
Inzet Glastuinbouw Nederland
Glastuinbouw Nederland is niet tegen groen gas, maar wel tegen de huidige vorm van de bijmengverplichting. De regeling is op dit moment onvoldoende uitvoerbaar, brengt te veel onzekerheden met zich mee en kan leiden tot te hoge kosten voor de glastuinbouw. Daarom pleiten wij voor uitstel van de wet totdat de knelpunten rond vergunningverlening, uitvoerbaarheid, investeringszekerheid en kosten zijn opgelost. Tegelijkertijd blijven wij ons inzetten voor een alternatief dat groen gas daadwerkelijk stimuleert én zorgt voor een betaalbare en effectieve verduurzaming.
Tijdens het WGO heeft Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren) gevraagd om uitstel van de tweede termijn. Daarmee wordt de behandeling van het wetsvoorstel pas na Prinsjesdag voortgezet. Glastuinbouw Nederland blijft de ontwikkelingen nauw volgen en de belangen van de sector in de verdere behandeling actief onder de aandacht van de Tweede Kamer en het kabinet brengen.