Hoe je met geursignalen vraatzuchtige rupsen buiten de kas houdt
Vooral de rupsen van de Turkse mot vormen een bedreiging voor bijvoorbeeld de teelt van paprika, tomaat, aubergine, komkommer en gerbera. De vlinder komt oorspronkelijk uit het Middellandse zeegebied, maar voelt zich ook in ons land thuis. Inmiddels is de mot zelfs een van de meest voorkomende plagen in Nederlandse kassen.
Enorme hoeveelheden
De vrouwtjes van de Turkse mot kunnen na een paring binnen twee à drie dagen zo’n twee- tot driehonderd eitjes leggen. Na zo’n drie dagen komen daar rupsen uit die vrijwel meteen aan het blad beginnen te vreten. Een rups kan in korte tijd tot wel vijf centimeter lang worden. Na ongeveer vijf weken verpopt de rups en een week later komt er een volwassen mot uit de cocon. Per jaar kunnen er in kassen op die manier wel negen generaties rupsen actief zijn. Je kunt je wel voorstellen dat zulke enorme hoeveelheden rupsen flinke schade veroorzaken aan bloemen, planten en vruchten.
Biologische gewasbeschermingsmiddelen
Om de rupsen van de Turkse mot aan te pakken, gebruikten telers vroeger chemische gewasbeschermingsmiddelen. Tegenwoordig proberen telers het zonder chemie. Er hangen bijvoorbeeld lijmvallen met lokstoffen in de kas waarop rondvliegende motten blijven vastplakken. Verder zie je in steeds meer kassen insectengaas in de ramen zodat er geen motten meer naar binnen kunnen vliegen. Ook gebruiken telers biologische gewasbeschermingsmiddelen om de rupsen te bestrijden. Dit zijn middelen die gebaseerd zijn op in de natuur voorkomende stoffen. Toch blijken al deze maatregelen in de praktijk vaak niet afdoende te zijn.
Seksleven van motten
Telers zijn daarom blij met een nieuwe, veelbelovende aanpak van de Turkse mot. Het geheime wapen daarbij zijn ‘seksferomonen’. Dit zijn geurstoffen, vluchtige signalen, die de mannetjesmotten gebruiken om vrouwtjes te vinden voor de voortplanting. Door in grote hoeveelheden seksferomonen in de kas te verspreiden, raken de mannetjesmotten het spoor naar de vrouwtjes kwijt. Hun seksleven raakt in de war, waardoor de voortplanting stopt. Op die manier leggen de vrouwtjesmotten dus geen eitjes meer, waardoor je ook geen last meer hebt van de vraatzuchtige rupsen die daaruit komen.
Grootschalige testen
Vorig jaar zijn bloementelers voor het eerst begonnen met het testen van deze feromonen als aanpak van de Turkse mot. Dat is gebeurd in gerberabloemen. Inmiddels zijn ook groentetelers met testen begonnen. Dat gebeurt in paprika, tomaat, komkommer en aubergine. In totaal worden er op negenhonderd hectare aan kassen proeven gedaan met feromonen.
“Eén hectare is honderd bij honderd meter, dus het gaat echt om heel veel kassen waarin telers met deze feromonen experimenteren”, zegt Hessel van der Heide, themaspecialist Plantgezondheid, bij Glastuinbouw Nederland. “Telers hebben grote verwachtingen van deze aanpak. In combinatie met andere maatregelen, zoals insectengaas in de ramen, hopen we met de inzet van deze feromonen het rupsenprobleem op te lossen.” De proeven met de feromonen lopen nog het hele jaar.
Uiterste redmiddel
Telers in de glastuinbouw hebben de ambitie om in 2030 nagenoeg geen chemische gewasbeschermingsmiddelen meer te gebruiken. Ze werken daarom volgens de principes van ‘geïntegreerde gewasbescherming’. Het idee daarachter is dat telers eerst diverse voorzorgsmaatregelen nemen om ziekten en plagen zoveel mogelijk te voorkomen. Hebben die onvoldoende effect, dan past de teler diverse niet-chemische middelen, technieken en methoden toe. Pas als ook die geen soelaas bieden, dus als het echt niet anders kan, gebruikt hij pleksgewijs een chemisch gewasbeschermingsmiddel als uiterste redmiddel.