Omgevingswet

Bundeling van wetten

Met de Omgevingswet vereenvoudigt en bundelt de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze wet maakt ondernemen voorspelbaarder en procedures sneller en goedkoper. In de Omgevingswet worden 26 bestaande wetten gebundeld. Zo verdwijnen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet ruimtelijke ordening, de Wet natuurbescherming en de Waterwet. Ook het Activiteitenbesluit en het Bouwbesluit worden vervangen. Bestemmingsplannen worden gebundeld in één omgevingsplan per gemeente. Elke gemeente moet ook een omgevingsvisie maken.

De Omgevingswet is af als ook de vier aanvullingswetten en de Invoeringswet zijn aangenomen door de Eerste Kamer. Inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet was voorzien voor 1 januari 2021, maar is voorlopig uitgesteld (zie ook dit ledenbericht).

Aanvullingswetten

De Aanvullingswet bodem vervangt de Wet bodembescherming. De Aanvullingswet geluid stelt regels aan de belangrijkste geluidbronnen (wegen, spoor en industrieterreinen) in verhouding tot geluidgevoelige gebouwen zoals woningen, scholen, kinderdagverblijven en medische instellingen. De Aanvullingswet grondeigendom is bedoeld om het instrumentarium voor grondbeleid beter toe te snijden op de maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving. In deze aanvullingswet worden de instrumenten onteigening, voorkeursrecht, herverkaveling en kavelruil in landelijk gebied samengebracht, vereenvoudigd, toegankelijk gemaakt en geharmoniseerd. De Aanvullingswet natuur vervangt de Wet natuurbescherming.

Invoeringswet

De Invoeringswet bevat overgangsrecht, maar ook de nieuwe regeling voor planschade: nadeelcompensatie. Schade als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen kan straks pas worden gevorderd als de ontwikkeling zich daadwerkelijk voordoet. Nieuw is ook de knip in de bouwvergunning. Er wordt voortaan onderscheid gemaakt in een vergunning voor ruimtelijke aspecten en een vergunning voor technische aspecten.

Uitvoeringsregels

De uitvoeringsregels van de wet staan in vier algemene maatregelen van bestuur en een ministeriële Omgevingsregeling. Die vervangen ruim honderd bestaande besluiten. Het Besluit activiteiten leefomgeving vervangt het Activiteitenbesluit. Het nieuwe besluit stelt rijksregels over onder meer milieubelastende activiteiten en wateractiviteiten. De meeste bedrijven zullen in dit nieuwe besluit vinden aan welke regels hun activiteiten moeten voldoen. Ook is er in te vinden wanneer een vergunningplicht geldt of een meldingsplicht. Het Besluit bouwwerken leefomgeving vervangt het Bouwbesluit. Het nieuwe besluit stelt algemene, rechtstreeks werkende regels aan activiteiten met betrekking tot bouwwerken, zoals bouwen en slopen.

Digitaal Stelsel Omgevingswet‎ (DSO)

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is het digitale loket waar initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden snel kunnen zien wat is toegestaan in de fysieke leefomgeving. Via het DSO kunnen zij:

  • vergunningen aanvragen en meldingen doen;
  • zien welke regels en beleid van toepassing zijn op een locatie;
  • op termijn informatie raadplegen over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

Momenteel zijn er nog verschillende digitale loketten: het Omgevingsloket Online (OLO), de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) en Ruimtelijkeplannen.nl. Met de komst van het DSO kunnen gebruikers terecht bij één digitaal loket.

Bruidschat

Onder de Omgevingswet worden veel regels, die nu vanuit het Rijk zijn gesteld, de bevoegdheid van gemeenten en waterschappen. Deze regels staan dan niet langer in de wet en bijbehorende AMvB’s, maar in een omgevingsplan of waterschapsverordening. Wanneer niets wordt geregeld voor de situatie ná de inwerkingtreding valt er een juridisch gat in de lokale regelgeving. Om dit gat op te vullen is de 'bruidsschat' opgesteld: een pakket aan regels dat vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet automatisch deel uitmaakt van het omgevingsplan of de waterschapsverordening.

In de bruidsschat staan regels voor:
Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen, zoals:

  • Bouwen en in stand houden van bouwwerken, open erven en terreinen
  • Gebruik van bouwwerken
  • Vergunningplichten met betrekking tot het bovenstaande
  • Cultureel erfgoed

Milieubelastende activiteiten, zoals:

  • Energiebesparing
  • Zwerfafval
  • Geluid
  • Trillingen
  • Geur
  • Afvalwaterbeheer
  • Lozen van afvalwater
  • Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen
  • Lozen bij maken van betonmortel
  • Uitwassen van beton
  • Recreatieve visvijvers
  • Ontwikkelen en afdrukken van fotografisch materiaal
  • Wassen van motorvoertuigen
  • Niet-industriële voedselbereiding
  • Voedingsmiddelenindustrie voor wat betreft geur
  • Slachten van dieren
  • Opwekken van elektriciteit met een windturbine
  • In werking hebben van een acculader
  • Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage
  • Traditioneel schieten
  • Bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht
  • Opslaan van vaste mest
  • Opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen
  • Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels

Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben alle gemeenten van rechtswege een omgevingsplan. Dit omgevingsplan wordt het tijdelijke deel (van het omgevingsplan) genoemd. De huidige bestemmingsplannen én de bruidsschat worden op bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege onderdeel van dit tijdelijke deel van het omgevingsplan. Wanneer een gemeente bij de datum van inwerkingtreding nog geen nieuw omgevingsplan heeft vastgesteld of ter inzage heeft gelegd, bestaat het omgevingsplan alleen uit dit tijdelijke deel. Voor deze constructie is gekozen om de gemeenten de tijd te geven een nieuw gebiedsdekkend omgevingsplan vast te stellen dat aan alle eisen uit de Omgevingswet (en daarop gebaseerde Amvb’s) voldoet.

Wat verandert er voor u?

Regels

De regels waaraan u moet voldoen veranderen in principe niet. Wel kunnen gemeenten of waterschappen in hun omgevingsvisie of waterschapsverordening zelf eisen stellen over onderwerpen waar het Rijk niet over gaat. Houd dus in de gaten wat de gemeente in haar omgevingsvisie en het waterschap in de waterschapsverordening op gaat nemen.

Dialoog

Wat er wel gaat veranderen is dat u zelf verantwoordelijk wordt, als u een bouwplan of project wilt realiseren waar een vergunning voor nodig is, dat u de dialoog met de omgeving zelf gaat organiseren. Hoe u dat doet en met wie, mag u zelf weten. U hoeft ook niet aan alle wensen van uw omgeving te voldoen, maar u moet daarover wel in gesprek gaan met uw omgeving.

Bevoegd gezag blijft de vergunning verlenen. Belanghebbende kunnen daar bezwaar en beroep aantekenen. Dat was voorheen niet uw verantwoordelijkheid en dat blijft zo. Veel gemeenten stellen wel eisen aan de manier waarop initiatiefnemers zo’n dialoog organiseren en hebben daarvoor een beleidsregel vastgesteld.

Kosten

Bij bouwplannen waarvoor de gemeente toestemming moet verlenen of waarvoor een aanpassing van bestemmingsplan nodig is, moet u in overleg met gemeente en krijgt u te maken met het sluiten van een anterieure overeenkomst. In de overeenkomst regelt u hoeveel u bijdraagt aan de algemene voorzieningen die de gemeente in stand houdt en waar uw bouwplan baat bij heeft. Veelal staan de regels die een gemeente hiervoor hanteert in een Nota Kostenverhaal.

Legekosten
Bij het bouwen (met of zonder aanpassing van een bestemmingsplan) moeten legeskosten worden betaald voor (ambtelijke) inzet t.b.v. beoordeling van de aanvraag. De wijze waarop de kosten worden berekend zijn vastgelegd in de veelal Legesverordening.

Melding
Aan het doen van meldingen, bijvoorbeeld bij verandereingen aan het gebouw of inrichting, of indien u vergunningsvrij iets wilt doen, zijn vaak kosten verbonden.

Nieuws

Glastuinbouw Nederland - © 2021