Onderzoek ‘Alstroemeria en haar lichtcriteria’ verlengd met tweede winter

In de tweede helft van 2019 is het onderzoek ‘Alstroemeria en haar lichtcriteria’ gestart. Vier lichtspectra worden getest met vier rassen in twee kasafdelingen. Het onderzoek zou in eerste instantie in juli van dit jaar zijn afgerond, maar omdat alstroemeria een meerjarig gewas is, kunnen de productie en vooral de kwaliteit in het aanloopjaar anders zijn dan in het tweede jaar. Om die reden wordt het onderzoek verlengd.

De afgelopen winter was bovendien extreem zacht waardoor bladproblemen, die mogelijk door de verschillende spectra worden versterkt, niet voldoende tot uiting zijn gekomen. Zijn de geconstateerde sterke verschillen in rasreacties op de spectra in de eerste maanden blijvend, of zijn ze veroorzaakt door weggroeiverschillen die in een tweedejaars gewas wegebben?  Voldoende argumenten om het onderzoek met nog een winter te verlengen.
In de overgang van het eerste onderzoek naar de verlenging is een bepaling gedaan van de ondergrondse biomassa. Hiervoor zijn per behandeling en per ras vier planten volledig uitgegraven en van substraat gespoeld. Daarna zijn de ondergrondse plantorganen (rizomen, wortels en knollen of voedingswortels) van elkaar gescheiden, ter bepaling van lengte, aantallen, vers en droog gewicht. Ondergronds blijken de planten behoorlijk heterogeen.

Komende winter wordt belangrijk
De rassen Elegance en Noize laten de grootste verschillen zien tussen behandelingen, maar de kleinste verschillen in ondergrondse organen. Hier lijkt het aantal rizomen per plant verband te houden met de bovengrondse productie: de behandelingen met de meeste rizomen en het hoogste ondergrondse versgewicht zijn conform de verwachting de meest productieve. Het ras Virginia had in alle behandeling de laagste aantallen voedingswortels en het laagste ondergrondse versgewicht. Qua productie ligt dit ras dicht bij het ras Jaffa, die grote verschillen vertoonde tussen behandelingen in vooral het aantal voedingswortels per plant. Extreem veel voedingswortels had Jaffa in de behandeling HR (Hoog Rood) waar ze tevens het meest productief is. Het lijkt dus niet zo te zijn - in de zomer situatie - dat de aanmaak van ondergrondse reserveorganen ten koste is gegaan van de bovengrondse productie. De komende winter wordt daarom belangrijk. Worden deze reserves in de winter aangesproken voor de productie?

Spectrale lijnsensor
De behandeling met het meeste wit licht en zonder toegevoegd verrood, geeft bij alle rassen de laagste productie. Dat is conform verwachting. Verrassend is dat bij de rassen Noize en Elegance de bloemen korter zijn in de twee spectra met verrood dan in dezelfde behandelingen zonder toegevoegd verrood. Middels metingen aan lichtonderschepping en fotosynthese in verschillende momenten van het jaar, proberen onderzoekers te begrijpen waarom deze verschillen optreden. Lichtonderschepping wordt gemeten met een speciaal voor dit doel ontwikkelde spectrale lijnsensor, die alle lichtkleuren, inclusief verrood, afzonderlijk kan meten. Uit de eerste metingen blijkt dat het aandeel verrood onderin het gewas toeneemt, terwijl de andere kleuren (rood, blauw en groen) over alle gewaslagen vrij constant blijven.

Fotosynthese
De fotosynthese van het gewas gemeten onder 100% LED licht (geen daglicht erbij) bleek het hoogst voor de rassen Noize en Virginia onder het spectrum HBW+FR (Hoog Blauw en Wit met verrood). Hieronder is Noize tevens het meest productief.  Aan de andere rassen wordt op dit moment intensief gemeten.

Dit onderzoek wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, het actie- en innovatieprogramma van het Ministerie van LNV en Glastuinbouw Nederland, met daarbij een bijdrage van de Gewascoöperatie Alstroemeria, Signify (de lampen), Ludvig Svenson (de schermdoeken), HilverdaKooij, Royal Van Zanten en Könst (het plantmateriaal). De Flori Consult Group begeleidt de teelt.

Kas als Energiebron

Nieves García en Kees Weerheim (WUR)

Glastuinbouw Nederland - © 2020