Kleine roofmijten voor bestrijding van kleine mijten

Sommige plagen zijn zo klein dat ze met het blote oog nauwelijks waarneembaar zijn. Voorbeelden zijn de gal- en weekhuidmijten, die niet groter zijn dan 0.2 mm. Doordat ze zo klein zijn worden ze gemakkelijk over het hoofd gezien. Een bijkomend probleem is dat de commercieel beschikbare roofmijten vaak niet voldoende effectief zijn, omdat ze door hun grootte niet bij de plekken kunnen komen waar de gal- en weekhuidmijten zich schuilhouden.

In de natuur komen roofmijten voor die hierop beter zijn aangepast. Zo zijn bijvoorbeeld in kokosnoot roofmijten gevonden die zeer klein en plat zijn, waardoor ze goed de kokosnootmijt Aceria guerreronis kunnen bestrijden. Wageningen University & Research heeft een aantal kleinere roofmijten geselecteerd. Binnen de PPS 'Biologische bestrijding van schadelijke mijten' worden deze roofmijten getest in tulp, braam, amaryllis en bromelia. Na het verzamelen en opzetten van kweken met de kleine roofmijten zijn de eerste laboratoriumtesten uitgevoerd. Deze waren zeer positief. De bramengalmijt, tulpengalmijt en de narcismijt bleken alle drie geschikte prooien te zijn voor deze nieuwe roofmijten. In vervolgonderzoek wordt de mate van bestrijding van kleine mijten met deze nieuwe roofmijten onderzocht.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door meerdere onderzoekers van Wageningen University & Research Business Unit Glastuinbouw en Bomen, Bollen, Fruit (BBF). Projectcoördinatie ligt bij LTO Glaskracht Nederland. Deze PPS wordt gefinancierd door de overheid via de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmateriaal en de participerende partijen: Anthos/iBulb, Biobest, KAVB, LTO Glaskracht Nederland, NFO, Amaryllistelers en de gewascoöperaties Bromelia en Komkommer.

Helma Verberkt

Glastuinbouw Nederland - © 2019 Copyright - Disclaimer - Privacy en cookies